De opleiding van
de Ruiters via de FNRS-ruiteropleiding
Goed leren paardrijden is de basis van
iedere ruiter die plezier wil beleven aan het rijden en aan de omgang met
het paard. FNRS Ruitersportcentra zijn hier helemaal op ingericht en bieden
ruiteropleidingen van goede kwaliteit aan. De opleiding is gericht op de
ontwikkeling van de ruiter en niet op die van het paard of op de combinatie
ruiter-paard. Tijdens de lessen rijdt men immers regelmatig op verschillende
paarden of pony"s.
Door de FNRS Ruitersportcentra in
Nederland worden regelmatig FNRS-proevendagen georganiseerd. Tijdens deze
proevendagen worden de ruiters beoordeeld op hun praktijk- en theoriekennis.
De proevendagen zijn bedoeld als meetpunten tijdens het gehele traject van
de ruiteropleiding. Hierbij kunnen ruiters een diploma halen.
Diplomarijden is speciaal door de FNRS ontwikkeld om ook ruiters zonder
eigen paard/pony proeven te laten rijden. De proeven mogen dus op
verschillende paarden/pony’s gereden worden. Bij het FNRS-diplomarijden
wordt niet gekeken naar de combinatie van ruiter en paard, maar alleen naar
de ruiter. Er wordt onder andere gekeken of de ruiter de hulpen op de juiste
manier geeft.
FNRS Wedstrijden - Diplomarijden
Diplomarijden
is speciaal door de FNRS ontwikkeld om ook ruiters zonder eigen paard of
pony proeven te laten rijden. De proeven mogen dus op verschillende paarden
gereden worden. Bij het FNRS diplomarijden wordt niet gekeken naar de
combinatie van ruiter en paard, maar alleen naar de ruiter. Er wordt onder
andere gekeken of de ruiter de hulpen op de juiste manier geeft.
Alleen de ruiter wordt
beoordeeld
Er wordt een proefje gereden door een ruiter en daarbij wordt door de jury
rekening gehouden met het karakter en de mogelijkheden van het paard of de
pony waarmee gestart wordt. Komt de ruiter binnen op een hele lieve pony die
heel moeilijk in de linkergalop wil aanspringen, dan zal de jury extra goed
kijken of de ruiter bij het aanspringen de juiste hulpen geeft. Springt de
pony toch verkeerd aan, dan moet de ruiter de pony terugnemen en het opnieuw
proberen met extra duidelijke hulpen. Wanneer dat duidelijk genoeg getoond
is, kan een ruiter toch voldoende punten krijgen voor dit onderdeel, ook al
voert de pony de opdracht niet goed uit. Het karakter van een paard of pony
kan soms ook voor problemen zorgen tijdens het rijden. Het gaat er om dat de
jury ziet dat de ruiter hier correct mee omgaat, zodat de ruiter toch
voldoende punten kan krijgen voor een proef.
Theorie bij het diploma
Vóór sommige proeven moet eerst een theorie-examen afgelegd worden. Zo’n
examen bestaat uit 10 vragen waarbij de ruiter steeds kan kiezen uit 3
antwoorden. Meestal zijn het vragen waar een ruiter in de praktijk al mee te
maken heeft gehad en zijn ze niet zo moeilijk. Als de ruiter voldoende
vragen goed heeft beantwoord (max. 3 fout) en voor de bijbehorende F proef
in totaal voldoende punten heeft behaald (210 punten), slaagt hij voor zijn
theorie-examen en behaalt hij zijn diploma. Vervolgens kan de ruiter
doorgaan in de volgende klasse. Aan de proeven F2, F4, F6 en F10 is een
theorie-examen gekoppeld. Voor de even proeven kan een ruiter een diploma
krijgen, dus voor F2, F4, F6, F8 et cetera, tot en met F20.
In het FNRS handboek “Leer paardrijden met plezier” staan de theorie,
proeven en allerlei andere informatie. Het boek is verkrijgbaar bij FNRS
Ruitersportcentra.
Dressuur rijden met de F(nrs) - Proeven
De F-proeven
zijn proeven geschikt voor ruiters die net beginnen met paardrijden tot en
met gevorderden. Er zijn in totaal 20 F-proeven en daarbij kan bij de even
proeven een diploma behaald worden. Om naar de volgende klasse te komen moet
de ruiter voldoende promotiepunten behalen. Tevens is er aan een aantal
proeven een theorie-examen gekoppeld.
Hoe een ruiter
promotiepunten kan verdienen en wat het allemaal inhoudt is duidelijk
beschreven onder het kopje “De promotiepunten”. De F1 en F2 hebben nog geen
galop en de figuren zijn eenvoudig. De F3 en F4 hebben simpele figuren, maar
wel met galop. De F5 en F6 worden iets moeilijker met figuren. Vanaf de F7
moeten de figuren nauwkeurig op de letter gereden worden. Het wordt hierdoor
nog wat moeilijker. Na het behalen van het F8 diploma mogen
ruiterpaspoorthouders meedoen aan landelijke wedstrijden van het KNHS. Hier
mag de ruiter meedoen in de B dressuur als hij een FNRS Manegestartkaart
heeft. Wanneer het F12 diploma behaald is, mogen ruiterpaspoorthouders
starten in de klasse L1 dressuur van de KNHS wedstrijden. Het niveau van
rijden wordt vanaf F13 steeds hoger en de oefeningen steeds moeilijker.
Naast het wijken leer de ruiter ook een wending om de achterhand te rijden,
contragalop en schouderbinnenwaarts. De F20 proef staat ongeveer gelijk aan
het M1 niveau.
Springen - Vaardigheidsproeven en Oefen Springen
(vanaf F3 + 1pp)
Heb jij ook wel
eens gedroomd een sprongetje te maken? Vanaf nu mag je zelfs al vanaf de F3
meedoen aan wedstrijden waarin je een sprongetje mag maken!
Wanneer je een promotiepunt hebt behaald in de F3 mag je al deelnemen aan de
eerste Vaardigheidsproef. De Vaardigheidsproef bestaat uit een combinatie
van dressuur, behendigheid en een klein sprongetje. Na het behalen van je
F4-diploma mag je instappen bij Vaardigheidsproef 2, een wat moeilijkere
proef...
Zodra je beide Vaardigheidsproeven hebt behaald mag je ook deelnemen aan de
proeven Oefen Springen, dit kun je zien als een klein springparcours. Erg
leuk om mee te starten!! Natuurlijk mag je, net zoals anders, pas vanaf de
F6 deelnemen aan de proeven Caprilli (C) en Klassiek Parcours (Kp).
Springen - Caprilli Proeven en Klassiek Parcours
(vanaf F6 diploma)
De C-proeven
zijn de caprilliproeven. Caprilli is een kruising van dressuur en springen
en is bedoeld als voorbereiding op springen. Elke C-proef bestaat uit twee
delen; een caprilli parcours (een dressuurproef met achttal hindernissen) en
klassiek parcours (alleen hindernissen). De C-proeven lopen van C1 tot en
met C4 en er zijn 4 diploma"s te behalen.
Bij C1 liggen er wat grondbalkjes en staan er een
paar lage kruisjes. De hoogte valt erg mee en ligt altijd tussen de 50 en 60
cm. Bij de C2 staan de hindernissen op een hoogte van de 60 tot 70 cm. In de
C3 staat het op 70 tot 80 cm. en bij de C4 is de hoogte tussen de 80 tot 90
cm. Heb je het klassieke parcours in de C4 gehaald en heb je het laatste
diploma daarmee verdiend, dan mag je aan de landelijke wedstrijden van de
KNHS meedoen en mag je beginnen in de B-springen. Wanneer je een
promotiepunt hebt behaald in de caprilliproef dan kun je een tweede
promotiepunt halen in het klassieke parcours. Als je die twee promotiepunten
hebt behaald, dan verdien je het diploma en mag je verder met de volgende
C-proef. De jury geeft je voor elke behaalde promotiepunt een stempel in je
paspoort.
Buiten Rijden - Certificaat Buitenrijden 1, 2 en 3
(vanaf F4 rijnivo)
De vernieuwde
opleiding buitenrijden van de FNRS bestaat uit verschillende certificaten.
Eerst gaat een ruiter op voor het Certificaat Buiten Rijden 1. Hierna kan de
ruiter doorstromen naar het CBR 2 en vervolgens kan hij op gaan voor het
FNRS Ruiterbewijs. Ieder examen bestaat uit een gedeelte praktijk en een
theoriegedeelte. De theorie voor elk certificaat en het FNRS
Ruiterbewijs kan geleerd worden uit het FNRS handboek “Leer buitenrijden met
plezier”. Dit boek is via het FNRS ruitersportcentrum aan te schaffen. Naast
deze theorie moet ook een praktijkdeel gedaan worden. De praktijk bestaat
uit verschillende onderdelen, waaronder een obstakeloefening.
Wat moet je doen voor CBR 1?
Tijdens het examen word je
beoordeeld op onder anderen in balans zitten, op- en afzadelen, paard onder
controle hebben, springen van een kruisje, obstakeloefening en theorie.
Het theoriedeel van CBR 1 bestaat uit 25 meerkeuzevragen, waarvan ten minste
20 vragen goed beantwoord moeten zijn. Als de ruiter het theorie-examen
heeft afgelegd mag ook het praktijkexamen gedaan worden.
Wat moet je doen voor CBR 2?
Tijdens het examen word je
onder anderen beoordeeld op theorie, rijden met 1 hand, elkaar passeren,
springen van een steilsprong en de verlichte zit. Het theoriedeel van CBR2
bestaat ook uit 25 meerkeuzevragen, waarvan ten minste 20 vragen goed
beantwoord moeten zijn.
Wat moet je doen voor het
FNRS Ruiterbewijs?
Het theorie-examen van het
FNRS Ruiterbewijs bestaat uit 25 meerkeuzevragen, waarvan er minstens 20
goed beantwoord moeten worden.
Het praktijkexamen bestaat uit het rijden op buitenterrein en het maken van
een buitenrit. De regels voor het rijden op de openbare weg in praktijk moet
de ruiter kennen en gebruiken. Op het buitenterrein wordt onder anderen een
obstakeloefening gereden, maar ook wordt er een oxer gesprongen en wisselen
de ruiters van paard. De bevestigde zit en balans van de ruiters worden
tevens beoordeeld tijdens het examen van het FNRS Ruiterbewijs.
|




|
|



|
Promotiepunten
Een
promotiepunt kan verdiend worden wanneer je voldoende punten hebt behaald in
een proef. Wil je direct weten hoe dit werkt? Kijk dan in
deze tabel om te zien hoeveel promotiepunten je nodig hebt in
verschillende klasses om te mogen ‘promoveren’. Ook kun je in de tabel zien
wanneer je een diploma behaalt en waar een theorie examen gedaan moet
worden.
De eerste beoordelingspunten gaan over de rij-opdrachten. De laatste 10
beoordelingspunten van een proef zijn altijd hetzelfde en gaan over de
ruiter zelf. De jury krijgt een protocol met alle onderdelen van je proef.
Op dit protocol worden naast de punten ook opmerkingen genoteerd. Zo kan je
aan de hand van je protocol zien wat goed is gegaan en waar je juist nog
hard aan moet werken. Elk behaalde promotiepunt wordt door de jury in het
ruiterpaspoort afgestempeld. Het is daarom ook erg belangrijk dat je die bij
je hebt op de dag waarop je een proef moet rijden.
De FNRS-proeven worden
beoordeeld door speciaal opgeleide FNRS-juryleden. Zo zal een ruiter die op
het verkeerde been lichtrijdt in de F2 daar nog geen aftrek voor krijgen,
maar in de F8 natuurlijk wel! Het zal wel gebeuren dat een jurylid op het
F2-protocol schrijft dat er op het verkeerde been is lichtgereden. Hier kun
je dan de volgende proef extra op letten. Verder mogen juryleden in hun
eigen ruitersportcentrum alleen die proeven beoordelen waarbij geen diploma
te behalen is. Ruiters die proberen om een diploma te halen worden altijd
beoordeeld door een onafhankelijk FNRS-jurylid om een zo eerlijk mogelijke
beoordeling te krijgen. FNRS-juryleden krijgen jaarlijks een opfriscursus
zodat ook zij blijven leren!
Verdien je promotiepunt in de
F-proeven
Als je 210 punten of meer haalt voor je dressuurproef, krijg je een
promotiepunt (PP). Als je in de F1 één PP haalt mag je door naar de F2. Haal
je daarin ook één PP en haal je het theorie-examen dan krijg je het diploma
F2 uitgereikt. Voor de F3 t/m F8 proeven heb je minimaal 2 PP’s nodig om
door te stromen naar en moet je over bij 5 PP. Ben je bij de F9 aangekomen
dan heb je t/m F20 minimaal 3 PP nodig om door te stromen. Ook hier geldt
bij 5 PP’s moet je over.Let wel even op: de instructeur of manege-eigenaar
bepaalt of je bij 2,3 of 4 PP’s mag doorstromen naar volgende F proef. De
theorieproeven, F2,F4,F6 en F10 worden meegenomen in de beoordeling, hierbij
mag je maximaal 3 fouten maken om te slagen voor de diplomaproef.
Verdien je promotiepunt in de
C-proeven
In de C-proeven geldt dat je een promotiepunt kunt verdienen bij 180 punten
of meer. Bij de C1 moet je na het rijden van je klassieke parcours nog een
theorie-examen doen. Bij meer dan 3 fouten in je theorie kan je geen
promotiepunt meer halen, ook al heb je nog zo goed gereden. Scoor je nu nog
180 of meer, dan krijg je het diploma, maar kom je nu onder de 180, dan zul
je de proef nog een keer moeten rijden.
Verdien je promotiepunt in de W-proeven
Om een promotiepunt te halen moet je minimaal 150 punten op je protocol
(formulier met rij-opdrachten) scoren. De W3, W7 en W11 zijn
theorie-examens. Bij het examen krijg je 10 vragen met elk 3 antwoorden waar
je uit kan kiezen. Maak je meer dan 2 fouten dan slaag je niet voor het
examen. Je mag wel alvast de W4 rijden, maar kan daar geen promotiepunt in
verdienen tot je de W3 hebt gehaald. Heb je 2 of minder fouten in de W3, dan
heb je het examen gehaald en mag je de W4 rijden. Wanneer je dan ook nog 150
punten op je protocol scoort, verdien je meteen een promotiepunt.
Voorbeelden behalen promotiepunten
Je hebt al 1 PP behaald in de F4 en bij jou op de manege mag je promoveren
bij 2 PP.
-
Je rijdt een F4 proef en
rijdt 211 punten , je maakt je theorie-examen F4 en maakt 4 fouten.
Helaas, je krijgt geen diploma. Je hebt voldoende voor de gereden proef,
maar je hebt een onvoldoende voor theorie (meer dan 3 fouten).
-
Je rijdt een F4 proef en
rijdt 209 punten, je hebt je theorie-examen gemaakt en hebt 1 fout.Helaas,
je krijgt geen diploma. Je hebt een onvoldoende voor de gereden proef maar
je hebt wel een voldoende voor theorie (minder dan 3 fouten).
-
Je rijdt een F4 proef en
rijdt 211 punten, je maakt je theorie-examen en maakt 2 fouten. Je hebt
voor beide onderdelen een voldoende behaald en behaald dus een
promotiepunt.
Je hebt nu 2 PP’s behaald en
krijgt het diploma F4 en mag doorstromen naar F5.
Wanneer mag ik promoveren?
Kijk in
deze tabel om te zien hoeveel promotiepunten je nodig hebt in
verschillende klasses om te mogen ‘promoveren’. Ook kun je in de tabel zien
wanneer je een diploma behaalt en waar een theorie examen gedaan moet
worden.
|